Hitte, heerlijk zinderende hitte!

Dit artikel verscheen eerder in een uitgave van het tijdschrift van De Wereldfietser.

Een vriendin van mij schreef vanaf Rhodes dat het daar 43 graden was en ze verkoeling moest zoeken in het zwembad. ‘Oh, dat klinkt als het paradijs’, schreef ik terug en ik voelde een kleine jaloezie opkomen. Het is op dat moment eind juni en in Amsterdam is het 17 graden en grauw.

Ik heb het eigenlijk altijd wel snel koud en soms denk ik dat ik in een verkeerd land ben geboren. Als het zo boven de 25 graden begint te komen begin ik te ontdooien en als de thermometer de 30 begint te raken gaan mijn ogen twinkelen en overkomt mij direct een vakantie gevoel. Als ik dan mijn ogen dicht doe, ruik ik de geur van zonnebrand en zie ik mezelf in mijn hemdje en korte broek ergens rond fietsen.

Want dat is wat Johan en ik al ruim 20 jaar het liefste doen, fietsen in warme landen. In het najaar in Europa om de zomer te verlengen en in de winter een week of 6 om de kou te ontvluchten. Op onze speurtocht naar een nieuwe fietsbestemming kijken we altijd eerst naar de temperatuur. Waar schijnt de zon en is het er heet genoeg? Daarna onderzoeken we of er landschappelijk uitdagend routes zijn. Het is natuurlijk niet zo dat de routes ondergeschikt zijn aan de temperatuur, maar fietsen door een mooi gebied met de zon op onze huid, geeft een groter genot dan een land ontdekken met druilerig en koud weer.

Te warm ging eigenlijk voor ons niet op. Zo fietsten we in de hitte van Turkije, waar ik mijn hoofd huid verbrandde door gebrek aan een petje. Beginnersfoutje, het was mijn eerste fietsreis met extreme warmte en ik stond er nog niet zo bij stil dat wanneer je haar in een scheiding valt, de huid van je schedel dan behoorlijk kan verbranden. We vonden gelukkig dagelijks verkoeling door ons hoofd onder een van de vele waterpijpen te stoppen voor een ultiem genot.

En heet was het in het zinderende Australië waar we 3 maanden rond reden met gebarsten lippen, kloven in onze hielen en een slijmerige, droge mond. Oh Australië, nu ik erover schrijf komt het warme gevoel van dat land weer boven. Na 12 maanden fietsen in Azië vlogen we van Denpasar naar Broome en het duurde niet lang voordat we verliefd werden op dit bijzondere continent. De droge rode klei, de bijzondere dieren, de road-houses voor een koud lemon drankje en de stilte.

Fietsen was fantastisch in dit grote nationale park. En wat waren we blij als we na een lange dag met kokende lichamen aankwamen op een bush-kamp en zagen dat er nog water in de rivier stond.

Hitte is heerlijk, maar maakt je hoofd ook moe en daardoor neem je soms domme beslissingen, dit overkwam ons in Argentinië. We reden lange afstanden met weinig voorzieningen. Op de route waren geen campings of hotels dus zetten we onze tent regelmatig in het wild op. We hadden dan voor 2 dagen zo’n 12 liter water bij ons om te koken, te wassen en te drinken.


In het schemer van de avond kwamen we langs een kleine benzinepomp annex bar. Eerst maar even een biertje en och wat smaakte dat koude biertje lekker zeg na een dag fietsen in de hitte. ‘Zullen we ook nog wat extra water kopen’, zeiden we tegen elkaar. Ja, goed idee, maar alleen was de 3 liter die we kochten veel te weinig. Bij het koken op de wildkamp kwamen we er achter dat we zeker nog wel 3 liter extra nodig zouden hebben. We moesten daarna nog een hele dag in de hitte, voordat we bij een plaatsje zouden zijn waar ze misschien water zouden hebben.

Het vervelende aan watertekort hebben is dat je er bij elk slokje aan denkt en daardoor wil je zo min mogelijk slokjes nemen, want bij elk slokje zie je de watervoorraad slinken. Het continue bezig zijn met het gebrek aan vocht maakt het fietsen een stuk minder prettig.

Op zich is er langs die route aan vocht geen gebrek. Overal staan gebedshuisjes met heel veel flessen ernaast, sommige met water, sommige met frisdrank en weer andere met een ondefinieerbare vloeistof. Waar het op neer kwam is dat we niet precies wisten wat de inhoud zou zijn. Toch hebben we allebei een fles met ‘water’ meegenomen voor het geval we zouden stranden en de nood echt heel hoog zou zijn. Dan zouden we het altijd nog door de filter kunnen halen. Maar zover kwam het gelukkig niet, we hadden allebei nog een halve bidon toen we in een gehucht een kleine kiosk met water ontdekte.

We hadden nooit gedacht dat wij het ooit te heet zouden vinden. In Brazilië kwamen we er achter dat het ook voor ons op kan gaan. Bij aankomst op de camping in Salvador de Bahia stond er nog een fijne zeewind en merkte we het niet zo, maar eenmaal op de fiets werden we bevangen door de hitte. We waren snel moe, de zon verbrandde onze huid en de factor 20 die voor ons normaal voldoende is, was dit keer echt niet genoeg.

We fietsen de eerste dag 63 kilometer en stopte in het fijne Praia do Forte. Hier vervingen onze petjes door een zonnehoed met nekklep, en factor 20 voor factor 50. En het bleef heel heet, de temperatuur was zo’n 45 graden met een warme wind. Ook de nachten in de tent brachten geen verkoeling, we gingen met 20 graden naar bed en stonden daar ook weer mee op. Als we kamperen reizen we altijd met een 2 persoonslakenzak en een slaapzak die we opengeritst als deken gebruiken. Deze reis bleef de slaapzak in de tas en meestal sliepen we bovenop de lakenzak.

Fietsen ging traag en we maakte geen lange dagen, we waren zelfs blij als we tegenwind hadden omdat het voor de wind te heet was. Gelukkig waren er onderweg voldoende plaatsjes en benzinepompen om even in de schaduw onze droge keel met een koud colaatje te verblijden. Gek genoeg merkte we ook dat onze lichamen aan de hitte begonnen te wennen en dat we het steeds meer gingen waarderen.

Als we nu anderhalf jaar later terug kijken op die reis kunnen we ons eigenlijk niet voorstellen dat we het te heet vonden. In ons hoofd maken we al weer plannen om nog een keer terug naar Brazilië te gaan. Uiteindelijk is er bijna niets zo mooi dan wanneer je in de vroege morgen de tent openrits en de koperen ploert aan de horizon ziet verschijnen. Hoe heet de dag ook wordt!

Johan en ik kijken alweer uit naar ons volgende fietstocht in de hitte. Voor komende januari en februari staat Australië namelijk op de agenda. Ruim 15 jaar geleden fietsten we er al eens eerder, toen door West-Australië. Dit keer beginnen we in Melbourne. Vandaar gaan we naar het nationaal park de Grampians, en fietsen vervolgens via de bikepacking routes Hunt 1000 Australian Alps Trail  en Attack of the Buns langs de hoofdstad Canberra naar de Blue Mountains, door naar Sydney. Na Sydney fietsen we al zigzaggend via de kust en de outback weer terug naar Melbourne. Wordt vervolgd…

Allerwarmste fietsgroeten,

Marijke Franzen.

Geen reactie's

Geef een reactie